Door op 5 maart 2015

Initiatiefvoorstel: Aanwijzen van plaatsen waar afsteken vuurwerk verboden is

Inleiding
Met dit voorstel wordt in de Algemeen Plaatselijke Verordening (hierna: APV) een mogelijkheid gecreëerd om plaatsen aan te wijzen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken. De Beverwijkse APV kent daar nu geen grondslag voor.

Motivering voorgesteld besluit
Het afsteken van vuurwerk is een traditie, ook in Beverwijk. De meeste mensen genieten van siervuurwerk als dat rond middernacht tijdens de jaarwisseling wordt afgestoken. Zij vinden het leuk om naar hoog in de lucht ontploffende vuurpijlen te kijken: hoe bonter gekleurd hoe beter. Knalvuurwerk kan op aanzienlijk minder waardering rekenen. Een harde knal is waarschijnlijk vooral voor degene die hem veroorzaakt plezierig. Voor anderen betekent knalvuurwerk vooral overlast. Dat geldt nog meer als dat knalvuurwerk ver voor de jaarwisseling wordt afgestoken. Mensen klagen erover. De tolerantie ten opzichte van (te vroeg afgestoken) vuurwerk neemt af. De vanzelfsprekendheid van de vuurwerktraditie, kortom, staat onder druk.

Om de overlast van vuurwerk tegen te gaan, heeft de landelijke overheid vorig jaar de tijden waarbinnen vuurwerk mag worden afgestoken beperkt. Vuurwerk mocht het afgelopen jaar voor het eerst alleen tussen 18:00 uur op 31 december, tot 2:00 uur op 1 januari worden afgestoken. Het aantal verkoopdagen bleef, ook al waren er plannen deze te beperken, onveranderd op 3. Van een landelijke evaluatie is de fractie nog niets gebleken, maar het lijkt erop dat deze maatregel de overlast beperkt heeft.

De Beverwijkse PvdA-fractie stelde het college in het najaar van 2014 schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van orde over verkoop- en afsteektijden van vuurwerk rond de jaarwisseling. Naast uitleg over de toen nieuwe regelgeving met betrekking tot die afsteektijden, meldde het college in zijn antwoorden dat het geen bevoegdheid had om gebieden aan te wijzen waar het afsteken van vuurwerk verboden was. Wel liet het college weten dat het in de aanloop naar de jaarwisseling een lijst van bijzondere objecten (leegstaande panden, kunstobjecten en projecten in de buitenruimte) opstelt, waar rond oud en nieuw extra toezicht plaatsvindt. Voorts liet het college weten dat deze aanpak volstond en er geen bijzondere bevoegdheid nodig was om plaatsen aan te wijzen waar geen vuurwerk mocht worden afgestoken.

Vanzelfsprekend is de fractie van de PvdA nagegaan of de buurgemeenten Heemskerk en Velsen regels hebben opgenomen in hun APV’s met betrekking tot vuurwerk. Dat bleek het geval: beide gemeenten hebben de door de VNG voor dit onderwerp voorgestelde standaardartikelen (enigszins aangepast) in hun APV opgenomen. Die regels bevatten, waar het hier om gaat, de mogelijkheid plaatsen aan te wijzen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken.

Daarnaast is het de fractie van de PvdA gebleken dat zowel Heemskerk als Velsen rond de afgelopen 2 jaarwisselingen daadwerkelijk van die in de APV gecreëerde bevoegdheid gebruik hebben gemaakt. In Heemskerk heeft het college vorig jaar winkelgebieden, schoolpleinen en de omgeving van de kinderboerderij aangewezen als plaatsen waar het verboden was om vuurwerk af te steken gedurende de tijden waarop dat elders in de gemeente wel mag. Via de griffie van die gemeente begrepen wij dat het voornemen bestaat volgend jaar ook de omgeving van de verzorgingshuizen als zodanig aan te wijzen. In Velsen bestaat al vanaf de jaarwisseling 2007-2008 een verbod op het afsteken van vuurwerk op schoolpleinen en de directe omgeving daarvan.

In de APV van Heemskerk is de hier relevante bepaling artikel 2.6.3; in de APV van Velsen gaat het om artikel 2:57.

Er bestaat een steeds sterker wordende beweging die het afsteken van vuurwerk door consumenten in zijn geheel wil verbieden. Na de grote brand in het centrum van Alkmaar op 1 januari jl. deed de burgemeester van die stad daartoe een oproep. Die oproep kreeg instemming van veel van zijn ambtsgenoten. De fractie van de PvdA denkt dat een algeheel verbod op het afsteken van vuurwerk door consumenten op dit moment niet realistisch is en zeker niet alleen lokaal kan worden ingevoerd. De PvdA fractie is van mening dat in onze gemeente, net als in onze buurgemeenten, wel de mogelijkheid moet bestaan een restrictiever beleid te voeren door plaatsen aan te wijzen waar in de 8 uur dat het afsteken van vuurwerk is toegestaan geen vuurwerk mag worden afgestoken. De fractie denkt aan de omgeving van het ziekenhuis, van verpleeg- en verzorgingshuizen, scholen en winkelcentra. De Beverwijkse werkwijze die het college in zijn beantwoording van de schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van orde (zie hierboven) beschreef – extra toezicht bij bijzondere objecten –, krijgt daar een stevig fundament door. Een ander voordeel is dat met de voorgestelde wijziging van het APV de Beverwijkse regelgeving en werkwijze in de pas lopen met die van Velsen en Heemskerk.

De fractie van de PvdA stelt daarom voor de bepalingen die de VNG hiervoor voorstelt, met geringe aanpassing, in onze APV over te nemen.

Beverwijk, 3 maart 2015
Namens de PvdA-fractie,
H.C.L. Vreugdenhil.