Door Jaqueline Dorenbos-de Hen op 8 september 2016

BRIEF AAN DE TWEEDE KAMER BETREFFENDE PERIKELEN KENNEMERLIJN, d.d. 6 september 2016

Op 31 augustus heeft u een brief ontvangen (kenmerk IenM/BSK-2016/131465) van staatssecretaris Dijksma n.a.v. vragen van Tweede Kamerleden Rudmer Heerema, Visser en De Boer betreffende dienstregeling spoor Noord-Kennemerland.

De regio langs de Kennemerlijn, met de 9 gemeentes Haarlem, Bloemendaal, Velsen, Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Castricum, Heiloo en Alkmaar heeft sinds dit voorjaar de handen ineengeslagen om de sterk verslechterde situatie van het treinverkeer langs de Kennemerlijn (deel van dienstregeling spoor Noord-Kennemerland) sinds de invoering van een nieuwe dienstregeling per december 2015 ten goede te laten keren. Ondanks het feit dat wij als gemeentes onderling ook soms verschillende belangen hebben, hebben wij geconstateerd dat wij gezamenlijk op moeten trekken om verbeteringen voor grote groepen reizigers te kunnen bereiken.

Als woordvoerder namens deze 9 gemeentes, tussen Alkmaar en Haarlem maak ik bezwaar tegen de geruststellende toon in de beantwoording van de brief van 31 augustus van de staatssecretaris. De regio is nog steeds van mening dat ook in de nieuwe dienstregeling per 2017 er te weinig verandert om van goed openbaar vervoer per trein op de Kennemerlijn te kunnen spreken.

Zo wordt in de brief bij antwoord 1 gesteld dat NS in gesprek is met de regio en dat er verbeteringen in de dienstregeling 2017 worden doorgevoerd. Wij als wethouders zitten tot nu toe nog steeds niet bij NS aan tafel over dit onderwerp om spijkers met koppen te slaan. Er is wel contact geweest per brief. Zo is er begin dit jaar door de 9 gemeentes een brandbrief naar NS gestuurd over de geconstateerde problematiek. Deze brief vindt u in de bijlage bij deze brief. Tot grote verbeteringen heeft deze communicatie helaas niet geleid. In de herfst willen we nu echt serieus aan tafel met NS, omdat we niet tevreden zijn. Ook niet over de nieuwe dienstregeling per 2017.

Bij antwoord 1 van de brief van de staatssecretaris staat dat er verbeteringen in de dienstregeling 2017 worden voorgesteld, maar deze zijn in onze ogen absoluut geen soelaas voor de treinen, die bij ingang van de huidige dienstregeling december 2015 zijn geschrapt. Dit betreft 40 intercity’s per dag van Haarlem naar Alkmaar en vice versa. Er zijn er slechts 10 intercity’s gehandhaafd, verspreid over de ochtend- en middagspits. Dus, ’s morgens 5 en ’s middags 5. Het getal van 8 uit de brief van de staatssecretaris antwoord 2 is dus niet correct. NS noemt dit het inzetten van intercity’s in de spitsrichting. Onze regio heeft echter ook veel forensen en scholieren, die gedurende de dag ook de andere kant op reizen. Hun reismogelijkheden zijn gehalveerd in de huidige dienstregeling en worden er niet beter op.

Bij het antwoord op vraag 2 wordt gesteld dat de bezettingsgraad van intercity’s buiten de spits circa 10 % betrof. Dit lage percentage gold slechts voor een klein deel van de intercity’s in de daluren. De wethouders van de Kennemerlijn pleiten al sinds het voorjaar voor het verbreden van de tijden van ochtend- en avondspits, maar NS is niet bereid hier aan mee te werken. Zij hebben als stelling dat zolang de sprinters niet 100 procent vol zijn in de spits er geen enkele intercity bij komt. Zelfs als de bezetting wel 100 procent of meer is, wordt er niet voor gekozen een extra intercity in te zetten, maar wordt de sprinter verlengd. Dit is in de nieuwe dienstregeling voor 3 sprinters gerealiseerd.

Bij antwoord 3 wordt nogmaals ingegaan op de onjuiste stelling dat in de oude dienstregeling slechts 10 % bezettingsgraad was van de intercity’s buiten spitstijd. Er wordt gesteld: ’Wat dat betreft kan er op de Kennemerlijn sprake zijn van een spanning tussen wat regionaal gewenst wordt en wat maatschappelijk en economisch verantwoord is.’ Nogmaals, de intercity’s waren voor een groot deel van de dag veel beter bezet dan hier gesteld wordt. Waarom zouden 9 wethouders anders zo vasthoudend aan de bel blijven trekken? Bovendien hebben wij NS al eerder duidelijk gemaakt dat wij alleen vragen om een bredere spits met intercity’s, bijvoorbeeld vanaf half 7 ’s tot 10 uur ’s morgens en vanaf 15 uur tot 20 uur ’s avonds. Ook willen we inzet van kwalitatief beter materieel. De sprinters, die op dit traject dit jaar rijden, zijn over het algemeen van lage kwaliteit. Zo is er geen airco en daardoor vallen regelmatig reizigers flauw als ze massaal moeten staan. Dit is echt geen uitzondering bleek uit een reizigers enquête, die door het Noordhollands Dagblad in het tweede kwartaal is gehouden. Onze insteek is wat dat betreft reëel genoeg.

In de brief wordt gesteld dat er een verbetering optreedt voor reizigers in Castricum en Heiloo, omdat de intercity’s daar gaan stoppen. Dat klopt. Daar is de regio blij mee. Hierbij moet wel vermeld dat vanaf december 2015 de stop van de intercity’s in Castricum en Heiloo in zijn geheel geschrapt was. Dit tot grote teleurstelling van deze gemeentes en hun reizigers. Ze krijgen vanaf 2017 10 intercity’s per dag terug waar er 50 waren geschrapt eind 2015.

In de herfst willen de wethouders rond de Kennemerlijn in gesprek gaan met NS om daadwerkelijke verbeteringen, die deze lijn nodig heeft, te kunnen bewerkstelligen. We zouden graag structureel overleg voeren, om samen met NS de verbeteringen te monitoren. Dat verbeteringen nodig zijn is iets dat reizigers dagelijks ervaren. Ondertussen constateer ik, als wethouder van Beverwijk, dat ik ongewild wordt opgevoerd in de brief om aan te tonen dat in onverstoorde situaties voldoende capaciteit beschikbaar is. Citaat uit de brief:

‘Per 12 juni heeft de NS de betreffende treinen verlengd. Daarna heeft NS samen met de wethouder van Beverwijk de situatie op het station en in de treinen bekeken. Ze hebben gezamenlijk geconcludeerd dat NS op de Kennemerlijn in onverstoorde situaties voldoende capaciteit aanbiedt. Bij onverhoopte inzet van kortere treinen of de uitval van een trein als gevolg van een verstoring ervaren reizigers de (opvolgende) treinen als erg druk.’

Ik heb 1 ochtend, 21 juni 2016, van half 7 tot 9 uur met NS op het perron gestaan en de bezettingsgraad van de treinen met het oog ingeschat. Die ochtend kwam deze inderdaad niet boven de 100 % uit. NS gaf aan dat er deze ochtend voldoende materieel reed, al waren sommige treinstellen ruimer en comfortabeler dan wat er normaal rijdt. Bovendien was het reizigersaanbod al geringer, doordat veel mbo- en hbo studenten al geen reguliere lessen meer hadden. Ik kan de conclusie van NS dus alleen onderschrijven voor deze ochtend en wil zeker niet gecommitteerd worden aan hun conclusie voor alle onverstoorde situaties.

De reizigers geven ook nu na de schoolvakantie aan dat er zeer regelmatig niet voldoende materieel rijdt. Met zeer regelmatig geven ze aan meerdere keren per week dat ze als forens of student heen- en weer reizen. Dat zouden verstoorde situaties kunnen zijn, of onverstoorde situaties waar te weinig materieel beschikbaar is. Daar heb ik als wethouder geen inzicht in.

Namens de groep van 9 wethouders rond de Kennemerlijn wil ik dringend vragen of een deel van onze groep binnenkort een keer in gesprek kan gaan met de Tweede Kamercommissie Infrastructuur en Milieu om de problematiek rond het treinverkeer in onze randstadregio te bespreken. Met de provincie overleggen wij over de lange termijnvisie 2040 voor wat betreft het totale OV aanbod, maar op kortere termijn zou volgens ons toch echt een flinke verbetering in het treinverkeer van NS op de Kennemerlijn moeten plaatsvinden, wil de trein nog een redelijk alternatief voor de auto blijven in een regio die qua milieu al bijzonder onder druk staat.

Openbaar vervoer met de trein op de Kennemerlijn langs 9 steden en dorpen met gezamenlijk meer dan 500.000 inwoners verdient naar onze mening meer dan 1 sprinter per half uur beide kanten op gedurende het grootste deel van de dag. Wij zouden daar graag met u het gesprek over aangaan.

Met vriendelijke groeten,

Namens de wethouders van Haarlem, Bloemendaal, Velsen, Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Castricum, Heiloo, Alkmaar

Jaqueline Dorenbos-de Hen
Wethouder Openbaar Vervoer Beverwijk

Jaqueline Dorenbos-de Hen

Jaqueline Dorenbos-de Hen

  Portefeuille: Financiën, Wonen, Groen en Wijkbeheer Financiën en belastingen Personeel, organisatie en bedrijfsvoering Wonen Cultuurhistorie, waaronder monumentenbeleid en archeologie Stedelijke vernieuwing Structuurvisie Groen Wijkbeheer: beheer openbare ruimte integrale beheerplannen wijkgericht werken Projecten: Stationsgebied Westelijk Beverwijk Broekpolder A22 (2e) Herstructurering oude wijken: Meerestein Prinsenhof Kuenenplein Plantage Project bezuinigingen    

Meer over Jaqueline Dorenbos-de Hen