Door op 12 juli 2017

Bijdrage PvdA, naar aanleiding van onderzoek “Leningen” in de commissievergadering 11 juli 2017

Acht jaar en een paar weken geleden, werd er door het toenmalige college 95 miljoen euro geleend. En vandaag hebben we het er nog steeds over. De aanleiding is een unieke gelegenheid voor Beverwijk. Wij, deze raad, stelden een enquêtecommissie in. En nu bespreken we het rapport van de commissie. Een bijzonder moment.

Eerst sta ik even stil bij de commissie. De PvdA fractie wil in eerste instantie de hele onderzoekscommissie bedanken voor dit rapport over de leningenportefeuille aangegaan in juni 2009. Een taaie klus die deskundig en op een integere manier is opgepakt en uitgevoerd. Naast je gewone raadswerk deze tijdrovende klus uit te voeren verdient alom bewondering. Dat geldt uiteraard ook voor het rapport zelf: een knap staaltje werk.
Hoewel deze leningen al diverse keren zijn besproken en bekritiseerd in commissies en in de raad, heeft het lang geduurd voordat de knoop is doorgehakt en er door dit rapport voor eens en altijd een eind is gekomen aan de speculaties, hoe het zo gekomen is.

We gaven de commissie een 3 tal onderzoeksvragen mee.
Wie waren betrokken bij het collegebesluit van 11 juni 2009, was het besluit rechtmatig en waren de risico’s bekend. Die vragen en de deelvragen zijn allemaal uitgebreid beantwoord.

Dat is een belangrijke constatering, want in het debat met de commissie is dat de eerste vraag die we moeten beantwoorden: deed de commissie wat wij haar opdroegen?
Het antwoord is ‘ja’. Gelijk, de tweede vraag: deed de commissie wel haar bést die vragen te beantwoorden? Ook daar antwoord ik ‘ja’ op.

De PvdA stelt dus met tevredenheid vast: aan de opdracht is voldaan en wel, dat voeg ik er aan toe, op een voortreffelijke manier. Ik denk dat we de commissie daarvoor kunnen danken. Leden van de onderzoekscommissie: dank u wel.

De antwoorden die het rapport ons geeft, ik ga zo langzamerhand naar de inhoud, verontrusten ons. We zien onder andere een slechte voorbereiding van een besluit, een tunnelvisie bij de besluitvorming en, als klap op de vuurpijl, het niet op tijd informeren van de raad. We onderschrijven verder natuurlijk ook alle andere terechte conclusies van de onderzoekscommissie. Zoals het toen gegaan is had het natuurlijk nooit mogen gebeuren.

We praten vanavond met de commissie, dus dé kans haar vragen te stellen. Dat ga ik nu doen.

Ik heb een paar vragen aan de commissie die mij zullen helpen, althans, de antwoorden daarop, het allemaal nog beter te begrijpen.

De eerste vraag betreft degenen die openbaar zijn gehoord, de getuigen. Uit het rapport, of uit de verhoren, maak ik op, dat er advies is aangevraagd bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Had het niet voor de hand gelegen, is dan mijn vraag, degenen van die Bank die het college destijds adviseerden, óók te horen?

De tweede vraag betreft de rente waartegen de leningen zijn aangegaan. Er is toen, zo begrijp ik van de commissie, rekening gehouden met een verwachte stijging van die rente.

Mijn vraag is nu: áls die rente nu inderdaad was gestegen, zou dat het oordeel van de commissie over het besluit die leningen aan te gaan hebben veranderd?

Een derde vraag. En deze ligt voor de hand, denk ik. Wáár is het geld dat destijds is geleend gebleven? Ligt dat geld ergens op de plank, nu een aantal grote projecten waarvoor dat geld was geleend niet doorging?

Tot slot, vraag ik de commissie, is nu de onderste steen boven? Of moet er nog meer contact gezocht worden met andere instanties zoals de provincie etc.

En overigens als laatste, nog een belangrijke opmerking, de Partij van de Arbeid staat achter de aanbevelingen van de commissie, zeker wat betreft het opstellen van een geheimhoudingsprotocol. Dit is zeker van belang om goed de controlerende taak uit te voeren. Dat geldt ook voor een richtlijn over welke collegebesluiten met de raad worden gecommuniceerd.

En ook te controleren of de beschrijving van de overdracht van treasury-activiteiten, zoals bedoeld in het treasury statuut, voldoet, dan wel hanteerbaar is en naar aanleiding van die controle het treasurystatuut eventueel aan te passen en de raad daarover te informeren.

Deze aanbevelingen en eventueel nog andere, kunnen wat ons betreft in een raadsvoorstel gezet worden. Dan kan er in de komende raadsvergadering een besluit over genomen worden.

Sjoerd Krotjé, fractievoorzitter PvdA Beverwijk